Skip to content

Ben jij BIJ1 ?

Kom in actie en doe mee
voor radicale gelijkheid.

DOE
MEE

Transcript: Wij Zijn BIJ1 podcast – aflevering 1 met Quinsy Gario


Wij zijn BIJ1 omdat NL gelijkwaardiger en rechtvaardiger moet worden. In deze podcast geven wij een gezicht aan de mensen van BIJ1. We vertellen waarom we BIJ1 zijn, en waarom we strijden voor diversiteit en inclusiviteit. We vertellen waar we vandaan komen en waar we naartoe willen. Wie zijn de mensen die de beweging van radicale gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid ondersteunen?

Onze gast voor vandaag is kunstenaar en schrijver Quinsy Gario, kandidaat voor de Tweede Kamer voor BIJ1. Welkom in het programma WIJ ZIJN BIJ1.

Hallo Quinsy!

QG: Hey Cheryl, hoe gaat ie?

CV: Fijn dat we jou mogen spreken in dit programma. We vragen alle gasten om twee nummers met ons te delen. En Quinsy, jij hebt gekozen voor Rudy Plaate, Mi Ke Sa.

QG: Mi Ke Sá.

CV: Mi Ke Sá, oké ik krijg ook een cursus meteen. [Quinsy lacht]. Wat is, wat betekent Mi Ke Sa?

QG: Ik zou willen weten.

CV: ‘Ik zou willen weten’. Vertel ons wat meer over Rudy Plaate.

QG: Er komt een documentaire gemaakt door Selwyn de Wind. Rudy Plaate is eigenlijk een icoon van de Curaçaose muziek. Hij heeft talloze nummers geschreven, Atardi – hij is gewoon een van de toonaangevers van de muzikale traditie op het eiland. Hij heeft zelfs een nummer gemaakt waardoor hij door het Portugese dictatoriale regime, dus tot en met 1975, tot vijand van de staat was verklaard-

CV: Zo.

QG: Ja … dit nummer is van begin jaren 80, volgens mij 1981. En hij stelt allemaal vragen over hoe het zal zijn in het jaar 2000, met de Nederlandse Antillen. En het is heel cru eigenlijk want de vragen die hij stelt, en de situatie die hij schetst en de problemen die hij in het vooruitzicht zet, die zijn allemaal waar gekomen.

De Nederlandse Antillen zoals wij die in 1981 kende bestaat niet meer. De eilanden op dit moment, Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Saba, St Eustatius, Bonaire, die hebben allemaal te maken met neokoloniale ingrepen van Nederland, allemaal op hun eigen manier. Van Sint Eustatius die nog steeds geen eilandsraad heeft, tot een Bonaire waarvan een tiende van het eiland opgekocht kon worden door een ondernemer uit de achterhoek, en van een best wel natuurgebied een hotelpark kan maken, weet je, ecotourism.

Tot Curaçao, en Aruba en Sint Maarten die autonomie moeten inleveren om een lening te krijgen voor de economische schade die de coronacrisis met zich meebrengt. Dus als je dit nummer luistert, en ik heb het de afgelopen tijden vaker geluisterd, dan denk je van: als mensen beter naar Rudy Plaate hadden geluisterd, in 1981, begin jaren 80, hoeveel hadden we kunnen voorkomen en hoe sterker konden we nu staan?

CV: Hmm. Dus hij zag het al gebeuren?

QG: Ja, ja, ja.

CV: Ongelooflijk dat hij dan in de jaren 80 over dit soort problemen sprak en mensen maar genoten van zijn muziek, maar dat echt niet zagen gebeuren, dat lag maar allemaal in de toekomst, en nu leven we in die toekomst. We gaan naar een kort stukje luisteren van Rudy Plaate.

CV: Nostalgie, als je dit soort nummers hoort. Het klinkt zo, ja … [lacht] toen ik opgroeide hoorde je dit soort nummers. Heerlijk Quinsy. Ik snap het wel, dat je voor dit nummer kiest. Heerlijk, ik ben nog nooit op Curaçao geweest maar het is alsof ik nu ineens daar was. Prachtig, prachtig. Nou zeker, een tip om naar de muziek te luisteren van Rudy Plaate. Je verstaat niet alles, maar je voelt het wel-

QG: Je voelt het, ja. En voor de documentaire heeft Selwyn ook een aantal bevriende kunstenaars en muzikanten ook gevraagd om nummers van Rudy Plaate te zingen en weer op te voeren en eentje daarvan is van Kris Berry en Tòg mi sa heeft ze gebracht, en dat is echt gewoon prachtig. Dus ik zou de luisteraars willen vertellen om dat allemaal te gaan opzoeken want dan krijg je een beetje het gevoel van de Curaçaose cultuur, mentaliteit. Dat krijg je een beetje mee: van een andere manier van kijken naar koninkrijk, of zijn in een koninkrijk dan wat we hier in Europa kennen.

CV: Je hebt nog een juweeltje voor ons, dat is Kong van Bonobo. DJ Bonobo is dat toch?

QG: Nee het is een groep.

CV: Oh een groep! Het komt van een studio album, Black Sands, en ik dacht dat het een Engelse DJ was. Maar jij zegt het is een groep, OK.

QG: Ik dacht dat het een groep is … of nee wacht, je hebt gelijk. Het is één producer.

CV: OK, we gaan meteen luisteren.

CV: En het is een instrumental hè, Quinsy?

QG: Ja, ja.

CV: Maar het is heerljk.

QG: Ja toch.

CV: Je wordt er helemaal rustig van. Dit is one of your favorites, wat doet het met je?

QG: In 2012, heb ik mijn eigen radioprogramma gelanceerd genaamd Roet in het eten, en dit was onze openingstrack, met dit nummer begonnen we elke show. En ik weet nog dat ik bij jou in de uitzending was, bij Double 7FM in 2011, en toen dacht ik ja dit is echt geweldig dit wil ik ook doen. Dus je was een heel groot voorbeeld. En toen was ik genomineerd voor de Ned Muis Dikati award van Radio mArt, en 30 december hadden ze de uitreiking. En meneer Van Gom, Norman van Gom en die zei van “Hey, als je ooit wat wil doen met de radio, je weet ons te vinden.” En 9 maanden later, 4 september 2012 begon Roet in het eten. Dat was met een groepje vrienden en we zijn gewoon losgegaan. En het was echt geweldig. En dus dit nummer, dat blijft een soort gevoel van we hebben bepaalde media niet nodig om onze boodschap of gesprekken te voeren, we hebben niet toestemming nodig, om de mensen die net als ons andere gesprekken willen voeren te kunnen bereiken.

QG: We hebben geen toestemming nodig om de mensen die net als ons, andere gesprekken willen voeren, te kunnen bereiken. En de spirit van mArt Radio en al de mensen die daar dingen doen en hoe ze dat neerzetten: dat is gewoon inspirerend. Ik dacht dit nummer is gewoon perfect. Ook in dit gesprek met jou. Een van mijn voorbeelden van gewoon, go for it en radio maken. Het is gewoon tof, dit past bij dit gesprek.

CV: Dank je wel, ik wist dat allemaal niet hoor. Want ik weet nog de eerste keer dat ik jou zag performen. Het was in Amsterdam.

QG: Ja, in Amsterdam.

CV: Ja, het was een avond georganiseerd door Raymi Sambo en Collins Korea, die stond op podium. Collin Edson. Ik weet nog dat er net een onderzoek was uitgekomen, van professor dr. Henk den Heijer. Hij had een onderzoek gedaan waarin hij als conclusie had getrokken dat de matrozen en de bemanningsleden van schepen, die ontvoerden Afrikanen naar het Caribisch gebied en naar Amerika en naar Zuid Amerika voeren. Dat zij het slechter hadden dan de tot slaaf gemaakten. Ik had het gelezen en ik dacht hoe kan dit wetenschap zijn, hoe kunnen we dit accepteren, hoe kan dit betaald zijn met gemeenschapsgeld om bestudeerd te worden of geschreven te worden? Wat is dit? Toen heb ik daar ter plekke een gedicht geïmproviseerd en voorgedragen. Je kwam naar me toe en zei ‘Ja, geweldig. Ik wil je in de uitzending hebben.’ [lachen]

CV: Ik was onder de indruk en ook onder de indruk van je broer. Die is ook een geweldige dichter. Ik had zoiets nog nooit meegemaakt. Het gevoel wat er die avond was, het is onbeschrijfelijk. Jij en Jerry met de t-shirts. Jullie waren zelf creatief bezig met t-shirts om een statement te maken. Ik dacht ‘ik moet dit supporten’.

OVER QUINSY

CV: Quinsy, als mensen jouw naam horen. En dan heb ik het over heel veel Nederlandse mensen, als ze jouw naam horen… Ja, dan worden ze niet zo blij van jou. Want wij hadden het net over 2011, dat jij op podium stond en dat jij na het onderzoek van professor Den Heijer zoiets had van ‘Nee dit kan niet’. Is jouw leven helemaal veranderd. Je hebt nog een gedichtbundel uitgegeven onder eigen beheer. Dat weet ik ook, heb ik ook. Maar ja, daarna is jouw leven helemaal veranderd. Mensen als ze horen Quinsy Gario, dan denken ze ‘kijk, daar heb je die Zwarte Piet-hater’. Zo ervaren ze jou. Maar voordat we naar Quinsy de Zwarte Piet-hater gaan. Wil ik toch weten hoe was Quinsy toen hij 10 jaar oud was?

QG: Oh. dat weet ik niet, dat moet je aan mijn moeder vragen.CV: Maar wat zijn de anekdotes. Misschien dat je moeder zegt je was een hinderlijk kind, ik wou je achter de muur plakken. Ik wou je naar je grootmoeder sturen. Of je was een heerlijk kind, ik genoot ontzettend van je. QG: Ik weet het niet, uhm, tien jaar-CV: Heb je haar nooit gevraagd?QG: Nee, nee. Ik weet het niet, tien jaar oud, dat is dan 1994. Toen waren we net een jaartje weer op St Maarten. School, lagere school en meedoen en Engels praten. Terwijl ik daarvoor gewoon Nederlands en Papiaments sprak. Vakantie, Curaçao, echt bewust meemaken. Dat. Als kind was het observeren, luisteren en kijken.

CV: Was je een stil jongetje?

QG: Ik weet niet of ik stil was. Maar ik ben wel van het observeren – had ik begrepen van m’n moeder. M’n opa die had een soort van bankje gemaakt en m‘n beentjes waren net tekort om de vloer te raken. Kon hij mij daarop zetten en zei hij ‘zit’ en dan bleef ik daar de hele dag zitten en gewoon kijken hoe hij aan de slag ging in de schuur en dat soort dingen. En m’n opa die zei al tegen m’n moeder ‘daar komt helemaal niks uit ‘m’ [lachen]. Dat ik niet moeilijk ging doen, ik was gewoon gebiologeerd te kijken als kindje. En ook met tv kijken, ik hou van tv kijken. Ik kan ook gewoon uren op de bank zitten en iets kijken, een documentaire, een film, of gewoon een hele foute serie.CV: Dus ok, very obedient.QG: Nee, nee. Dat ook weer niet. [lachen] CV: Nee eh? Nee. Hoeveel broers en zussen heb je?

QG: We zijn met z’n vijven. Ik heb nog een oudere broer en een oudere zus. En nog een jongere broer en een jongere zus.CV: Dus jij bent middel?

QC: Ik ben middel.

CV: Ja, die zijn de hinderlijkste. [lachen] Dat zeggen ze hoor. Ze hebben middle child syndrome. Maar ben je een familiemens? Hebben jullie een hechte band met elkaar?QG: Ja, best wel. Ja. Ja.

CV: Ja? Het is alsof je nog moet nadenken?

QG: Nee, het is niet dat ik moet nadenken. Het is ook dat ik… op dit moment worden we als leden op de kandidatenlijst best wel aangevallen. Dus ik ben heel erg voorzichtig en beschermend met informatie die ik geef over mijn dierbaren. Ook omdat ik niet wil dat ze straks opgezocht gaan worden of dat mensen nare dingen over hen gaan proberen te verspreiden.CV: Oh nee, we noemen hun namen niet. Dus in alle anonimiteit. Maar het is toch wel fijn om te weten dat, ‘you are someone’s brother’. Je hebt broers, zussen. Je komt uit een warm nest. Mensen, die hebben allerlei waanbeelden en waanideeën in hun hoofd. Dus you’re setting the record straight. ‘Hallo! Het is gewoon de boy next door, maar alleen een beetje slimmer.’ [lachen] CV: Dus ja, creatief ben jij ook. Je bent kunstenaar. Ik vind het fijn om te zien dat jij weer met kunst en tentoonstellingen bezig bent. Want niets lijkt me zo vervelend als wanneer je wat je het liefst wilt doen, daarin beperkt wordt.QG: Nee, precies. Ja, het is niet alleen een kwestie van beperkt worden. Maar het gaat ook over het ontzeggen van toegang of het ontzeggen van platforms. Alleen maar omdat je voor rechtvaardigheid vecht. En dat is ook een hele rare, wat heel vaak hier in Nederland gebeurt. Is dat er dan niet expliciet tegen je gezegd wordt, maar dat je achteraf krijgt te horen dat mensen je moeilijk vinden. En dan denk ik ‘Ok, eigenlijk wel een compliment.’ [lachen]

CV: Maar Quinsy van waar die noodzaak om op te komen voor gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Vanwaar die noodzaak? Ik bedoel, je kan gewoon op de bank zitten en een foute film kijken?QG: Ja, ik denk ook altijd waarom de noodzaak om juist niet dat te doen? Waarom de noodzaak om juist onrecht zoals die nu is te laten bestaan? Dat begrijp ik niet. Ik denk dat als je ziet dat iets niet goed zit, of dat iets niet juist is, dat je dat toch wil veranderen. En dat systemen die uitsluiting bevorderen, of juist mensen uitsluiten, ontmanteld worden. Dus ik begrijp het niet. Tenzij het te maken heeft met dat je daar profijt uit haalt, dat je daar winst uit haalt, dat je daar plezier uit haalt. Dan kan ik begrijpen dat mensen bepaalde systemen, bepaalde onrecht in stand willen houden. Maar als dat niet is wat je wilt doen. Waarom is het dan een probleem om het dan aan te passen en aan te pakken?CV: Ja, tegenwoordig is er zo’n smet op het woord activist zijn.

QG: ja maar ik denk dat het in Nederland ook een beetje de verkeerde kant op ging toen het woord deugen opeens gebruikt werd als scheldwoord, deugmens. En ik dacht, ‘Hè, maar iets goed willen doen en iets goed doen is toch juist goed? Waarom is het opkomen voor ongedocumenteerden, of het opkomen voor de autonomie van het vrouwenlichaam, of het opkomen voor trans mensen, waarom is dat, waarom zou dat iets moeten zijn waar mensen zich voor zouden moeten schamen? Het gespreksniveau in Nederland is zo beneden peil heel vaak, dat ik dacht: ja wacht even, Sylvana, BIJ1, onze leden, wij proberen dat juist weer te balanseren en te herstellen. En dan denk ik van: oké goed, dit is tof, dit is de club waar ik bij wil horen.

CV: Ja, nu vertel je mij dus waarom je gekozen hebt voor BIJ1 [Cheryl lacht], ja.

QG: [lacht] ja

CV: Ja maar dat is best wel pittig, politiek. Je had toch ook gewoon makkelijk kunstenaar kunnen blijven en jouw statement maken, waarom politiek?

QG: Ik denk dat het beide kan. Ik denk dat we hier in Nederland zo’n sfeer hebben gecreëerd van kunst dat autonoom is en los staat van de samenleving en daar geen betrekking op heeft, of van kunstenaars die doen alsof hun werk geen betrekking heeft op de situatie waar ze zichzelf in bevinden. En dan denk ik van: ja maar dat is zo’n achterhaalde positie. Dat is zo niet meer van deze tijd. Terwijl als je terug gaat in archieven over de kunst die we in Amsterdam in de jaren 60/70, waren wij, stonden wij vooraan als het ging om ontwikkelingen en als het ging om sociale revoluties. De Dolle Mina’s, de Provo’s, de punkers, de kraakbeweging. En dan denk ik van: in de kunst zaten die stromingen ook. En mensen deden gewoon mee, en nu niet? Ja nee dat geloof ik niet. En ook, ik kijk dan ook naar de traditie in andere landen, Zuid-Amerika, in Azië, in het Midden-Oosten, in Afrika, waarbij kunstenaars geregeld in de politiek terecht komen. En geregeld hun mening uiten. En ook gewoon vechten voor betere condities voor mensen. Niet alleen voor in hun land, maar ook daarbuiten. Dus ja, hier is de kans, en dit is de partij die de idealen nastreeft die dicht bij mijn hart zijn, dus: let’s go!

CV: En jij had meteen zoiets van de Tweede Kamer, mja dat zie ik mijzelf doen?

QG: [lacht] nou zo licht heb ik er nou ook weer niet over nagedacht, maar ik dacht: ik zie wat er nu gaande is qua debatten in Nederland en ik zie hoe bepaalde partijen zich anders proberen voor te doen dan dat ze zijn. En ik denk: ja daar moeten we gewoon een krachtige vuist tegen maken, en tegelijkertijd ook vertellen dat het verhaal dat verteld wordt, dat technocratische, bureaucratische verhaal, dat verhaal van regeltjes die we moeten nastreven en procentpunten die omlaag of omhoog gaan, terwijl ze het systeem waardoor ouderen in verpleeghuizen een keer in de week gedoucht worden ofzo. Of dat je verhalen hoort van kinderen die niet mee kunnen doen met activiteiten op school, omdat er een ouderbijdrage verplicht wordt, terwijl het vrijwillig is. En dan worden die kinderen daar de dupe van, omdat hun ouders gewoon dat niet kunnen betalen. Of dat je hoort over de zorg, en niet alleen over zorgmedewerkers die niet betaald worden, of zorgmedewerkers die niet betaald worden voor wat ze waard zijn en voor wat ze doen en hoe ze zorgen voor ons, maar dat ze actief tegengewerkt worden wanneer ze voor zichzelf willen opkomen. Of patiënten die te maken krijgen met dokters die hen niet de zorg geven die ze verdienen, de tijd geven die ze verdienen. Dan denk ik van: ja wacht even, daar gaat iets fundamenteel mis nu. En de manier waarop we de samenleving moeten opstellen is niet eentje waarbij mensen gestraft worden voor armoede. Of waarbij mensen gestraft worden voor de situaties waarin ze zich bevinden. Maar we juist oplossingen bieden om daar uit te kunnen komen, zodat iedereen een menswaardig bestaan kan opbouwen in Nederland. En dat je actief probeert iemand uit te sluiten, ja dat gaat er bij mij gewoon niet in.

CV: Ja.

QG: Dat kan gewoon niet.

CV: Ja ik vind een van de, ik las iets heel mooi van BIJ1, en dat is: BIJ1 doet niet aan armoedebestrijding, maar aan armoedepreventie.

QG: Ja, ja.

CV: Daar zit een gedachte achter.

QG: Precies.

CV: Voorkomen dat het zo ver komt.

QG: Precies.

CV: Dus dat is wel mooi. Ik begrijp jou helemaal, maar ik weet ook dat politiek een eenzame taak kan zijn. En om de een of andere reden geraken mensen in een soort politieke bubbel. Ze komen niet meer uit Den Haag, weetje,

QG: Ja, ja.

CV: Ze hebben geen contact meer met hun achterban, omdat ze de hele tijd daar opgesloten zitten vrijwillig [lacht], in Den Haag.

QG: Ja, ja.

CV: Hoe bereid je je voor op zo iets? Want we gaan er vanuit dat BIJ1, hè, vijf zetels binnenhaalt hè.

QG: Yes!

CV: Dus hoe kun je daarop voorbereiden? Want het gebeurt toch altijd weer dat, het moment dat volksvertegenwoordigers gekozen zijn, dat ze toch soms hun achterban, dat ze het contact verliezen.

QG: Ja, mja. Wat je ziet is dat heel vaak partijen eigenlijk zo opgebouwd zijn dat de leden voor hen werken en niet andersom. En zo is het mogelijk dat politici ergens terecht komen en dan vergeten om contact te onderhouden. Ik heb vaak genoeg toen ik bij mArt zat gezien hoe politici rond verkiezingstijd allemaal opdraafde en allemaal de stemmers die naar mArt luisteren te overtuigen om op hen te stemmen. En dan vervolgens de rest van de 4 jaar nergens te bekennen zijn. Geen mails beantwoorden, maar eens in de 4 jaar vonden ze het belangrijk om juist de mArt radio luisteraar te vertellen dat ze iets voor hen gingen doen, terwijl het in de werkelijkheid helemaal niet het geval zal zijn. En ik denk dat het verschil met BIJ1 is dat wij niet dat soort politici zijn. Wij zijn niet een groep die de leden vertelt wat het moet denken of wat het moet doen. Wij zijn juist vanuit onderop. En ik denk dat dat ook ons sterker maakt dan andere partijen. We weten dat er als er iets mis gaat we er meteen wat van te horen zullen krijgen en meteen ook daarop moeten reageren en er wat mee moeten doen. Het is niet iets waarbij je mee wegkomt dat op een ALV iets gestemd wordt en vervolgens het bestuur dat terugdraait, zoals het geval is geweest bij véél verschillende partijen. En ik denk dat het sociaal isolement waar je daar in terecht komt ook te maken heeft met een idee van politiek is iets wat je in Den Haag doet, terwijl ik daar helemaal niet in geloof. Politiek is iets wat je in je huiskamer doet, politiek is iets wat je op de bus doet, iets wat je in de klaslokaal doet, wat je in het ziekenhuis doet. Politiek is overal om ons heen. En ik denk ook: het politiek reduceren tot een soort van managementlaag van de samenleving is waar het mis is gegaan met heel veel van de besluiten die we afgelopen 20/30 jaar hebben gezien. Het gaat niet meer om het grote idee van: hoe zorgen we voor elkaar? Maar het gaat er om: hoe managen we dit. Inwoners van dit land zijn opeens ook klanten geworden. En ik heb zoiets van: ja maar daar moeten we helemaal van af, dat marktdenken binnenin overheidsinstellingen is funest voor hoe we eigenlijk omgaan met wat wij voor elkaar kunnen doen en hoe wij voor elkaar kunnen zorgen.

CV: En ja, jij bent een Nederlandse jongeman met een tintje [Quinsy lacht], hè een kleur,

QG: [lachend] Iedereen heeft een kleur hè.

CV: Ja iedereen heeft een kleur, ja, ja, dus, maar goed, vaak genoeg als ik in gesprek ben met mensen van kleur, niet-witte mensen, zeggen ze meestal van: ja, het is alsof wij, de mensen met een kleur, vertegenwoordigers zijn van iedereen die op hun lijkt.

QG: Hm.

CV: En terwijl de mensen met een witte kleur,

QG: Ja

CV: Die hebben dat niet, die kunnen individueel zijn en hun ding doen.

QG: Ja, ja, ja, ja

CV: Maar bij mensen van kleur is het dat je meteen als jij iets doet dan heeft het consequenties voor iedereen die op jou lijkt. Ervaar jij dat ook?

QG: Dat antwoord is een beetje tweeledig. Voordat ik helemaal erop in ga of ik het zo ervaar, heeft het ook te maken met een bepaald idee van het niet willen zien van een witte huidskleur. Is ook een manier om aan te geven wat neutraal en objectief is. Wat af kan staan van een bepaalde opinie. Daar wil ik een beetje van af. Ik denk dat we ook moeten spreken vanuit niet zozeer etnische identiteiten, maar kijken naar een manier waarop wij onderdrukt worden. En ik denk dat kruispuntdenken ons daar heel goed bij kan helpen, dus intersectionaliteit. En van daaruit kun je zien dat er heel veel overlappingen zijn tussen verschillende groepen, die in eerste instantie niet zo met elkaar verbonden zijn. Als we het hebben over bezuinigingen in de zorg, bezuinigingen op onderwijs, bezuinigingen op cultuur, dan gaat het aan de ene kant over groepen die een postkoloniale verhouding hebben met Nederland – of een gastarbeider verleden met Nederland – maar dan gaat het ook over mensen die traditioneel gezien uitgesloten werden in Nederland. Dus de mensen die in woonwagens wonen. Dan gaat het traditioneel gezien over mensen die anders worden gezien dan de dominante groep.

Dus als we het hebben over obstakels tot deelname, en obstakels tot het kunnen uiten van jezelf als individu, denk ik dat we ook zijn gaan geloven dat de individu het summum is van de mens, of het summum is van je kunnen, terwijl ik denk dat dat altijd in relatie moet zijn tot de gemeenschap waar je toe behoort. Dus aan de ene kant: ja, ik heb het ook soms ervaren, waarbij mensen zeiden van, “Oh, je bent Antilliaan, dus jij bent zo en zo en zo,” en dan moest ik ze corrigeren. Maar tegelijkertijd was het ook zoiets van: ja, ik ben geboren op Curaçao, ik ben opgegroeid op Sint Maarten, ik identificeer me met Carnaval, ik identificeer me met een bepaalde Caribische houding. Ik hou van dancehall muziek, van reggae, van reggaeton, ik hou van salsa, bachata – ik hou van de Antilliaanse Caribische culturele uitingen, en de negatieve stereotypische weergave die mensen daarvan hebben: dat klopt niet. Maar het feit dat ik tot een gemeenschap behoor, en dat ik daardoor bepaalde gedachtes heb, en andere manieren van ervaren van het leven heb, ja dat klopt wel.

En ik denk ook dat dat een belangrijk iets is om aan vast te houden. Ik wil niet dat mensen mij gaan zien als in een vacuüm ontstaan persoon want dat ben ik niet, dat is niemand. Niemand ontstaat in een vacuüm, niemand is opgegroeid in een vacuüm. Ook mensen uit de dominante groep – ik denk dat het belangrijk is om dat ook constant te benoemen – dominantie houdt in dat jouw doen en jouw gebruiken gezien worden als de norm. Als het normale. En daar moeten we eigenlijk van af. We moeten af van het idee dat er een normaal is waartegen al het andere wordt afgezet. Nee het is niet universeel dat je aardappelen – wat is een avg’tje ook alweer? – aardappelen, vlees en groente elke dag op je bord hebt. Dat wordt gepresenteerd als een soort van normaal. Maar dat is niet normaal, dat is dominant. Dat is een bepaalde manier van avondeten voorbereiden. En zelfs dat is volgens mij ook alweer verleden tijd.

Ook daar, in dat soort weergaves, gaat het erom van hoe zorgen we ervoor dat we de complexiteit van het leven en van onze samenleving niet terugbrengen naar etnische verschillen, maar dat we kijken naar macht. En hoe macht zich uit door bepaalde gedachtes die dominant worden of als dominant gezien worden.

CV: Ja, macht. Het is ook macht dat er voor zorgt dat er anderen onderdrukt worden.

QG: Precies, precies.

CV: Macht is ook belangrijk, zonder macht krijg je geen dingen voor elkaar. Wat gaat BIJ1 doen met die macht? Als de mensen in maart gestemd hebben op BIJ1?

QG: Nou we hebben een heel tof programma, maar de leden moeten daar eerst op stemmen – en aangeven of ze ermee akkoord zijn. Dus ik wil heel veel vertellen over wat er in dat programma staat maar het is officieel nog niet naar buiten. Er waait nu wel online een uitgelekte versie, online gezet door kwaadwillende krachten, maar wij gaan niet ons laten ophaasten en opjagen door mensen die het niet goed met de partij voor hebben, dus we wachten gewoon totdat de leden hebben gezegd: dit wordt het programma. Dus nu ook, ik wil heel veel zeggen maar ik ga even op mijn tong bijten.

CV: OK, OK. Maar ben je enthousiast erover?

QG: Jaaaaa, wat denk je zelf! [lacht]

CV: Hoe kun je je onderscheiden? Opeens heeft iedereen het over gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid, je ziet het overal voorbij komen.

QG: Ja, kijk: dat is wat er gebeurt als je ons maar een zetel geeft in de Amsterdamse gemeenteraad. Stel je voor wat er gebeurt als we tenminste drie zetels, vier zetels, vijf zetels, zes zetels hebben in de Tweede Kamer. Wat voor gesprekken voeren we dan? En ik denk eigenlijk dat dat ook datgene is waar we constant op moeten wijzen, van, het gaat om hoe zorg je ervoor dat niet alleen het gesprek, maar ook de daden die uitgevoerd worden door onze overheidsinstellingen, instellingen die eigenlijk voor ons moeten werken, dat zij ons weer centreren en niet zichzelf.

En ik denk dat wat je ziet dat BIJ1 in Amsterdam heeft gedaan, en ook in Rotterdam doet en ook in Utrecht, overal waar ze een afdeling hebben kunnen samenbrengen voor mensen die zeggen: “In mijn stad wil ik BIJ1 en in mijn stad gaan we dit doen,” dat het gesprek in die stad dan ook verandert. Dat de gemeenteraad in die stad ook anders gaat opereren, en andere vragen krijgen om zich op te stellen. Ik denk dat wat je ziet in Amsterdam, dat heel veel voorstellen die Amsterdam BIJ1 heeft ingediend en succesvol erdoorheen heeft geloosd, daar gaan andere partijen mee aan de haal en zeggen ‘ja, wij hebben dit gedaan’. En dan denk ik: oké goed, aan de ene kant is het een overwinning omdat het voor ons allemaal geldt, aan de andere kant is het weer opportuun dat partijen die ons eigenlijk niet kunnen luchten, wel aan de haal gaan met onze beleidsvoorstellen.

Ik kan me nog herinneren hoe iedereen in de gemeenteraad over Sylvana Simons viel toen ze vragen begon te stellen over politiegeweld, vorig jaar in 2019. En dan vervolgens nu, na de demonstratie op de Dam, was opeens iedereen tegen politiegeweld. Iedereen tegen racisme. Er was zelfs een gemeenteraadslid die een zwart-wit foto tevoorschijn haalde om te laten zien hoe antiracistisch zij was omdat ze op een foto stond met een zwarte man, of een man van Afrikaanse afkomst, en dan denk ik van: ja … aan de ene kant: wat moet je ermee? Aan de andere kant: dit was niet geweest zonder de inspanning van heel veel mensen die aangaven dat gelijkwaardigheid, dat rechtvaardigheid, belangrijk zijn en dat we daar naar moeten handelen. En ik denk dat BIJ1 juist aantoont: daar kunnen we voor vechten. En we daar hoeven we niet voor naar andere partijen die ons zien als stemvee, en dat je dan met moeite een afspraak kan maken en met moeite eentje kan spreken, daar zijn we niet meer van afhankelijk.

Het Zwart Beraad in de jaren 90 in Amsterdam Zuidoost heeft ons al laten zien wat voor kracht je kan uitstralen, op het moment dat je zegt: tot hier en niet verder, zo willen wij het gaan indelen voor onszelf. En ik denk dat dat belangrijk is. Ik denk dat daar onze kracht, van BIJ1, ook zit.

CV: Maar mensen zeggen “Ja goh, BIJ1 is zo’n one issue partij, daar kan ik niks mee”.CQ: Ja maar dat zijn gewoon mensen die niet hun huiswerk doen. Daar kan ik zelf niks mee.CV: “Ja ze zijn alleen maar bezig met racisme, er zijn zoveel problemen. Maar ze zijn alleen maar bezig met racisme. Er zijn grotere problemen!” zeggen mensen.

CQ: Dat zijn de mensen die überhaupt ons programma niet hebben gelezen. En dan bedoel ik dus het programma van de gemeenteraad. Het zijn de mensen die niet kijken naar de voorstellen die ingediend worden. Dus ja, als iemand eigenlijk zijn huiswerk niet doet en alleen maar loopt te roepen omdat ze een bepaald beeld van ons hebben. Tja, dan ga ik mijn tijd daar niet aan verdoen en hopelijk de rest van onze partij ook niet.

Je moet juist gaan kijken naar de mensen die zoiets hebben van “Hé, ik ben benieuwd wat jullie over dit vinden,” en hen dan naar de informatie wijzen. En zodra het partijprogramma is goedgekeurd en is veranderd hier en daar door de leden dan kunnen ze precies zien wat onze issues allemaal zijn.

En het ding is ook, op het moment dat we het hebben over intersectioneel denken, dat betekent juist dat je niet een one issue partij bent. Het gaat over hoe we verschillende manieren van onderdrukking in de samenleving identificeert en hoe je dat kruispunt van waar ze elkaar raken ook weer kan aanpakken. En als je dat ziet, dan gaat het dus om seksisme, dan gaat het om milieu racisme, dan gaat het om de manier waarop we omgaan met buitenlands economisch beleid, dan gaat het om omgaan met vluchtelingen, met migratievraagstukken en integratie. En niet alleen integratie van van mensen die van buitenaf komen maar ook van mensen die zichzelf segregeren. Hoe gaan we om met onderwijs en hoe zorgen we ervoor dat dat voor iedereen gelijkwaardig is?

Dus one issue partij dat zijn we sowieso niet dus mensen die dat zeggen daar moet je eigenlijk gewoon niet eens naar omkijken, dat is gewoon verspilde moeite. Maar dat zeg ik. Ik denk dat er misschien andere mensen zijn binnen de partij die denken ‘je moet het gesprek blijven voeren’. En dat kan je ook doen, ik juich dat ook allemaal toe maar ik doe dat niet meer.

CV: Welke strategie moet BIJ1 bedenken om de boodschap van BIJ1 nog beter over te brengen? Jij doet sommige dingen niet meer, maar het is juist de bedoeling dat zoveel mensen de boodschap van BIJ1 horen en dat we mensen de kans geven er ook over na te denken. CQ: Ja, dat sowieso. Maar ik denk ook, “Ga ik moeite stoppen in iemand die zich tegen ons heeft uitgesproken of ga ik moeite stoppen in de mensen die niet eens precies weten wat wij voor hen betekenen”? En dan stop ik liever mijn tijd in mensen die eigenlijk te maken hebben met de onderdrukking die wij willen aanpakken. En die eigenlijk te maken hebben met de drempels die wij ook zien en benoemen en die eigenlijk te maken hebben met uitsluiting. Die wil ik aanspreken. Die wil ik vertellen van: hé, wij zijn degenen die dit zien, wij zijn degenen die dit willen agenderen en aanpakken, wij zijn degenen met ideeën en plannen om jouw leven en jouw manier van wonen en van Nederland beleven, willen verbeteren. CV: Ja, weet je, wat ik wel eens hoor van bestuurders in de politiek. Is dat ze heel vaak tegen muren aanlopen. Heel veel frustraties. Je wil dingen doen. Ik kan me zo voorstellen, je komt daar in die Tweede Kamer in en er is een bepaalde cultuur, ook daar. En als new kids on the block dat is echt een uitdaging. Ik ben je niet aan het ontmoedigen hoor, absoluut niet. Maar het is een uitdaging en dan hoor je van die bestuurders dat ze soms gedesillusioneerd zijn. Het is frustrerend, het is vermoeiend. Ik heb verhalen gehoord van mensen die soms toch met elkaar moesten samenwerken en dat ze daarna uren onder de douche moesten staan en dachten ‘oh, dat ik met die persoon moest samenwerken’.CQ: Ja maar het ding is ook, verandering is lastig. En ik denk dat het willen veranderen van systemen die al eeuwen lang of decennia lang gebruikt worden om mensen uit te sluiten, dat dat ook best veel werk zal zijn. Het is geen kattenpis, nee.

Tegelijkertijd haal ik kracht uit de leden en haal ik kracht uit het zien van de goede energie die wij krijgen. Toen het interview op Dipsaus met de top 4 verscheen. En de hoeveelheid mensen die berichten stuurden en lieten weten met hoe blij ze waren om te zien wat voor een kracht wij met zijn vieren in die top neerzetten, als eerste introductie. En dat mensen alleen maar stonden te smullen en benieuwd waren naar de rest van de lijst en wie er nog meer op stond en wat voor andere manieren van kijken en representatie en inclusie daar op staat. Dan denk ik aan de ene kant: ja, je gaat tegen muren op lopen en je gaat muren tegenkomen. En nee, onze leden zijn onze ladder om juist over die muren heen stappen of juist te doorbreken.

Ik ben heel positief. Ook met de wetenschap dat de dingen die je wil veranderen, dat daar gewoon een lange adem voor nodig is. Ik bedoel, sommige veranderingen in de samenleving die vergen nou eenmaal tijd. Maar aan de andere kant, soms kan het ook heel snel gaan. En we moeten beide in ons achterhoofd houden en ook gewoon juist met die energie elke dag de strijd aan gaan. Aan de ene kant zit je aan tafel met zo’n persoon die het tegenovergestelde wil van wat jij wilt en die allemaal beren op de weg ziet. Dan moet jij je gesterkt voelen met dat jij een hele grote groep mensen achter je hebt. Of leden of mensen die op je gestemd hebben of mensen die ook daarmee te kampen hebben en waarvoor jij dus ook vecht. En dat moet je voeden. En elke stap die je zet in die ivoren torens moeten informeren. Je staat daar niet als een soort van lone wolf. Je bent daar in dienst van mensen. CV: Ik moet meteen weer terugdenken aan het gesprek dat jij toen bij Pauw & Witteman zat met Henk Westbroek. Dat jij gewoon zo kalm kan blijven, dat is wel een van jouw kwaliteiten, dat jij bloed onder de nagels van mensen vandaan kunt halen en als die man jou tot een prop kon maken dan had hij dat gedaan. En dan denk ik wauw, hij gaat nu, als het jou gegund wordt, de Tweede Kamer in. Oh oh oh, dan mogen ze hun borst natmaken. Ik doe het je niet na. Ik vind dat knap. Dat is een van je sterke kanten en een kwaliteit. Je bent rustig, welbespraakt en niet gek te krijgen.CQ: Nee maar, laten we niet validistisch taalgebruik gebruiken. Maar ook als ik dat niet was, dan waren de punten die ik naar voren breng ook belangrijk. En ik denk dat we juist richting een systeem moeten gaan dat mensen die te maken krijgen met een bepaalt soort van institutioneel geweld dat ook kunnen uiten op een manier waarop hun trauma erkent wordt. En ik denk dat we heel vaak te maken hebben nu met een systeem waarbij mensen die iets aangedaan wordt dat niet kunnen uiten. En dat ze alleen maar binnen een bepaald stramien kunnen zitten of alleen bepaalde woorden kunnen gebruiken of een bepaalde houding aan kunnen nemen om gezien en gehoord te worden. En ook daar moeten we vanaf. Dus, ik blijf heel rustig, dat is iets dat ik van nature heb.

Maar ook als ik dat niet zou hebben en als we mensen in de partij hebben die boos zijn en gerechtvaardigd boos zijn, die moeten we ook op die plekken zien te krijgen dat zij met mensen kunnen spreken om dat aan te pakken. Ik denk dat we heel vaak ook in Nederland geleerd hebben om trauma en geweld op de een of andere manier te abstraheren en niet te zien wat dat betekent.

Als je sommige gesprekken in de Tweede Kamer ziet dan hebben ze het over bezuinigingen in de zorg of bezuiniging op speciaal onderwijs of AOW leeftijden of pensioenen korten. Dan denk ik ook van: dit gaat iemand pijn doen, dit gaat iemand zijn leven verergeren. Dit kun je niet zo droog en zo koelbloedig bespreken.

En ik denk dat dat ook een van de punten is waarmee BIJ1 het verschil kan maken. Om juist aan te geven dat die hele scheiding van ratio en emotie die we zogenaamd nastreven, dat die gewoon niet klopt. Je kan niet ongeëmotioneerd in een Tweede Kamer zitten en zeggen: we gaan vandaag niet stemmen op de loonsverhoging voor zorgmedewerkers.

Je kan niet in de Tweede Kamer daar zitten en zelf zoals we later tegen zijn gekomen of hebben gelezen, dat een minister De Jonge in paniek Gommers sms’te om te vragen hoeveel IC bedden er zullen zijn en dat die dan een nummer krijgt en zichzelf daarmee in een debat probeert te redden.

We hebben debatten nu in de Tweede Kamer die zogenaamd een of ander spel lijken te zijn waarin de politieke kopstukken elkaar proberen kapot te maken en vergeten dat het gaat om de mensen thuis die of aan het kijken zijn of juist helemaal geen tijd hebben om te kijken. Maar die wel te maken zullen krijgen met de beslissingen die daar genomen worden. En die mogen hun frustratie, hun woede, hun pijn uiten zoals ze dat willen.

En ik denk ook dat wij juist richting een begrip moeten gaan waarbij het legitiem is om niet rustig te blijven wanneer jou pijn aangedaan wordt. Wanneer een Henk Westbroek van alles en nog wat probeert te zeggen en mijn bestaan als zwarte man in de Nederlandse samenleving probeert te bagatelliseren. Dat je dan juist ook gewoon kan opstaan en weglopen of juist terug kan schreeuwen of juist ook kan zeggen: tot hier en niet verder. En iedereen kan verschillende tactieken aannemen en dit is de mijne, maar dat betekent niet dat mensen dit als de enige moeten zien die legitiem is of effectief zou moeten zijn. Ze zouden allemaal effectief moeten zijn.

CV: Dat is diversiteit, hoe mensen de boodschap brengen. Quinsy, dankjewel dat jij tijd hebt vrijgemaakt om deel te nemen aan ‘Wij zijn BIJ1’. Ik ga jou heel veel succes toewensen.QG: Je gaat ons heel veel succes toewensen.

CV: Ja, de kopstukken ga ik heel veel succes toewensen. Heel veel succes en het ga je goed!

QG: Dankjewel en likewise. En veel succes met het programma. Ik ga luisteren en het is geweldig dat jullie dit maken!

OutroCV: In aanloop naar de verkiezingen op 21 maart 2021 laten wij je kennis maken met de mensen achter BIJ1. De mensen die ervoor zorgen dat BIJ1 er is en blijft groeien. De mensen die zich inzetten voor een gelijkwaardig en rechtvaardig Nederland. Help BIJ1 de Tweede Kamer in. Doe mee! Doneer en word lid via www.bij1.org . BIJ1 is er klaar voor, nu jij nog!

Met dank aan Kelly de Haan, Sophie Ellebroek, Charlie Helmijr, en Kelly Mostert voor het transcriberen van deze aflevering.