Skip to content

Ben jij BIJ1 ?

Kom in actie en doe mee
voor radicale gelijkheid.

DOE
MEE

Opmerking Jort Kelder toont hoe ingeburgerd racisme is


03-03-2017

De uitzending van Pauw & Jinek van 28 februari zal vooral een plekje in het collectieve geheugen krijgen door de stevige kritiek op Jan Roos, die de door hem benoemde Nederlandse waarden zelf op walgelijke wijze verkwanselt. Het was de ‘Jan Roast’, zoals ik ergens op Twitter langs zag komen.

Opiniestuk door BIJ1 bestuurslid Martijn Dekker.

Maar wat bij míj vooral is blijven hangen, is de vraag die Jort Kelder aan Alexander Pechtold stelde: “Vindt u de verkleuring van Nederland te snel gegaan?” Dat Jan Roos hem niet in de rede viel, dat mag geen verrassing heten, maar ik viel zowat van mijn stoel van verbazing toen geen van de andere tafelgenoten hem wees op het racistische en destructieve karakter van zijn vraag. Door te vragen naar de zogenaamde verkleuring van Nederland (is wit overigens geen kleur?), impliceer je namelijk dat Nederland wit is. Wit is de norm.

Door bijna terloops vast te stellen dat Nederland wit is, zeg je ook dat mensen die niet wit zijn, dus geen Nederlander zijn. Dat wordt in de logica een syllogisme genoemd, waarbij de conclusie, de laatste zin, automatisch voortvloeit uit de twee voorgaande assumpties.

Nederlanders zijn witJan is zwartJan is geen NederlanderHet moge duidelijk zijn: met deze redenering zet je een aanzienlijk deel van de mensen die zich in Nederland bevinden, buitenspel. En hoe zat het ook alweer met Artikel 1 van de Grondwet? “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Het buitensluiten van mensen lijkt sowieso bon ton in deze campagnetijd. Er is bijvoorbeeld al veel geschreven en gezegd over de zogenaamde Nederlandse identiteit, over “onze” waarden en normen. Die discussies nemen soms absurde vormen aan, bijvoorbeeld als politici zich druk maken over “verstopeitjes”, of als er #ophef ontstaat omdat de Publieke Omroep mensen prettige feestdagen wenst. Dat betekent niet dat een discussie over identiteit zinloos is. Ook al geloof ik zelf niet in het bestaan van een uniforme, unieke Nederlandse identiteit, het kan geen kwaad om met elkaar te praten over die tradities en waarden die ons binden.

Door het Nederlanderschap echter te koppelen aan huidskleur, ontneem je mensen die een huidskleur hebben die één of meerdere tinten donkerder is dan die van Jort Kelder, of die van mij, de kans om mee te doen. Terwijl we toch juist willen dat mensen méédoen? Zelfs als je bij een Kerstkoor gaat, je volstopt met paaseitjes, en één keer per jaar, lekker gezellig, met een fles prosecco naar de Gay Pride gaat, ben je geen Nederlander. Hoe hard je ook je best doet, je wordt er nooit één van “ons”.

Jort Kelder in de uitzending van Pauw en Jinek: De Verkiezingen van 28 februari 2017.

De vraag van Kelder was geen ‘slip of the tongue’, maar hij kwam voort uit een breed gedeelde, maar impliciete assumptie: Nederlanders zíjn wit.Je ziet de gevolgen overal. Als mensen met een donkerdere huidskleur zich uitspreken over het racistische symbool Zwarte Piet, dan moeten ze terug naar hun eigen land. Als Sylvana Simons praat over institutioneel racisme, moet ze haar mond houden. “Ken je plek.”

Emeritus hoogleraar Gloria Wekker maakt in haar boek White Innocence haarfijn duidelijk hoe witheid en Nederlanderschap met elkaar verweven zijn, en hoe veel mensen met bijvoorbeeld Indonesische, Afro-Caribische, Noord-Afrikaanse, Aziatische of andere wortels, vaak het gevoel houden dat ze er nooit echt bij zullen horen; soms door subtiele, soms door expliciete vormen van racisme en uitsluiting. Het wordt tijd dat we – iedereen die zich in Nederland bevindt – ons uit gaan spreken tegen de witte normativiteit, en dat we elkaar er op aanspreken, vriendelijk doch dringend, als we toch impliciet anderen uitsluiten. We dragen collectief verantwoordelijkheid voor een gelijkwaardige samenleving.

Wie dinsdag 28 februari Nieuwsuur en Pauw & Jinek heeft gezien, kon zien dat kritische journalistiek zeer effectief kan zijn. Hulde dus voor met name Tweebeeke en Jinek. Maar ik mag hopen dat een vraag waarmee miljoenen Nederlanders buitenspel worden gezet, niet zomaar meer gesteld kan worden zonder dat ertegenin gegaan wordt.

Martijn Dekker Algemeen Bestuurslid bij BIJ1 en docent aan de Universiteit van Amsterdam. Dit stuk verscheen eerder op Joop.nl.


Gerelateerde artikelen

BIJ1 stelt Kamervragen over disfunctioneel tapsysteem van de politie met link aan mensenrechtenschendingen

De Nederlandse overheid spendeerde miljoenen aan een tapsysteem van een Israëlisch bedrijf dat gelinkt wordt aan mensenrechtenschendingen. Daarnaast werkt het systeem tot de dag van vandaag niet, en loog het ministerie over het feit dat dergelijke systemen niet in Nederland zouden kunnen worden ontwikkeld. BIJ1 stelt daarom de volgende vragen aan de minister van Justitie […]

Lees meer

BIJ1 stelt Kamervragen over de langdurige spionage van een journalist door de AIVD

Journalist Stella Braam is decennialang gevolgd door de AIVD. Het zoveelste voorbeeld van het onrechtmatig verzamelen van gegevens door inlichtingendiensten. BIJ1 wil een breder onderzoek naar de gegevensverzameling van onder andere journalisten, activisten en politici en stelt daarom de volgende vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: 1. Bent u op de hoogte […]

Lees meer

BIJ1 stelt Kamervragen over gebrekkig onderwijs in de jeugdzorg

Jongeren die te maken krijgen met de jeugdzorg hebben recht op goed onderwijs. Toch zijn er veel onnodige regels die degelijk onderwijs voor deze jongeren in de weg zit. In een artikel op de website van Expex door ervaringsdeskundigen Nienke van der Pal en Jason Bhugwandass wordt hierop ingegaan en worden verbeteringen voorgedragen. Aan de […]

Lees meer